De vier man sterke death metalband Job For A Cowboy uit Glendale, Arizona heeft de wind mee, zoveel is zeker. Zo kon de band, dankzij een geduchte live-reputatie, al vroeg in de carrière een krabbel onder een contract met Metal Blade zetten. En op basis van het potige debuut ‘Genesis’ dat daarop volgde, heeft datzelfde Metal Blade de band nu tot ‘next big thing’ gebombardeerd. De heren zelf zijn intussen bijna non-stop aan het touren. Donderdag 21 juni was de band in Nederland.
Tijdens een ijzersterk optreden in het Utrechtse De Helling, als onderdeel van het tweede Never Say Die Fest, kan ik vaststellen dat alle heisa rond de jonge formatie niet voor niets is. Op het podium ontpopt Job For A Cowboy zich als een retestrakke liveband die, aangevoerd door een razende maniak van een frontman, een gemeen strakke set buitengewoon agressieve death metal neerzet. Bobby Stevens, een van de twee gitaristen, is nadien zo vriendelijk een en ander van uitleg te voorzien. Voor de hand liggende eerste vraag: vanwaar de maffe bandnaam?
“Ik vrees dat dat een stuk minder spannend en interessant is dan je wellicht zou verwachten. Onze zanger Johnny (Davy, red.) kwam met de naam, gewoon als geintje. En om de een of andere reden is die naam blijven hangen. Dat is het, meer steekt er niet achter.”
Hoe is het Job For A Cowboy gelukt om kort na oprichting al een deal bij Metal Blade los te peuteren?
“In de beginperiode deelden we geregeld het podium met Metal Blade-bands. Brian Slagel (oprichter en hoofd van het label, red.) kwam tijdens die shows met enige regelmaat langs om ‘zijn’ bands te zien spelen en leerde zodoende ook onze muziek kennen. Nadat hij ons een paar keer had zien spelen, was zijn interesse gewekt en heeft hij contact met ons gezocht. En na enige tijd bood het label ons een contract aan. Daar hoefden wij natuurlijk geen seconde over na te denken. Het leek ons altijd al fantastisch om bij Metal Blade te zitten. Vanaf dat moment zijn we nummers gaan schrijven voor ons debuut en zijn we sindsdien al ongeveer non-stop aan het touren.”
En dan wordt je debuut ook nog eens gemixt door de gerenommeerde producer Andy Sneap.
“We wilden gewoon heel graag dat hij de plaat zou mixen, maar wisten niet of dat wel mogelijk was. Maar toen we deze wens kenbaar maakten aan Metal Blade, werd daar eigenlijk heel positief op gereageerd. Het label heeft toen Andy gepolst en die had daar wel oren naar.”
Je praat er allemaal nogal laconiek over. Terwijl menig beginnende band zijn oma zou omleggen voor zo’n bliksemcarrière.
“Daar heb je natuurlijk gelijk in. We beseffen ons dan ook wel dat we hartstikke veel mazzel hebben gehad en nog steeds hebben. Tot op heden lijkt alles gewoon erg positief voor ons uit te pakken. Vooralsnog laten we het allemaal over ons heen komen en proberen we niet te vergeten om ervan te genieten.”
Eerder deze maand mochten de Cowboys tijdens de uitreiking van de Metal Hammer Golden Gods Awards een award in ontvangst nemen voor ‘beste underground band’. Was dat een beetje genieten?
“Zeker weten. We waren echt volkomen verrast. We waren nog maar net binnen toen we het podium op moesten om die award in ontvangst te nemen. Maar het was erg cool. Ook omdat zo’n beetje iedereen die wat voorstelt binnen metal in het publiek zat. Tony Iommi was er, Dio, maar ook Howard Jones (zanger van Killswitch Engage, red.) en crazy ol’ Dee Snider. Het hele gebeuren werd aan elkaar gepraat door Jamey Jasta.”
Er worden verschillende etiketten op jullie muziek geplakt. Hoe zou je jullie stijl zelf willen omschrijven?
“Naar mijn mening zijn we in de eerste plaats een death metalband. Als er al hardcore-invloeden in onze muziek zitten, moet het in de mid-tempo passages zitten. In de eerste nummers die de band schreef kwamen nog wel eens wat breakdowns voorbij, maar daar zijn we al snel van afgestapt. ‘Genesis’ is dan ook echt een death metalplaat geworden. Death metal met een old school vibe, maar met een hedendaagse benadering. Ik hou van het losse karakter van old school death metal. It can be all over the place. Maar ik hou ook van het technische van veel hedendaagsere bands.”
‘Genesis’, de titel van JFAC’s kersverse debuut, blijkt geen verwijzing naar de band rond Phil Collins of het bijbelse scheppingsverhaal, maar behelst een heus tekstueel concept.
“Het idee is afkomstig van Johnny die het concept bedacht naar aanleiding van de opkomst van biochips. Op dit moment is het al mogelijk om je huisdier van een dergelijke chip te voorzien, zodat je hond of kat wereldwijd geregistreerd staat in een centrale database. Ons concept gaat nog een stap verder en schetst een tijdperk waarin vrijwel alle wereldburgers zijn uitgerust met zulke biochips. Waarna religieuze samenzweerders, in wezen de antichrist, deze ontstane centrale database misbruiken om de hele wereld onder controle te krijgen, en hem vervolgens te vernietigen.”
De gemiddelde leeftijd van de band is amper twintig. Wat vinden jullie ouders er eigenlijk van dat hun kinderen de hele wereld rondtoeren met een death metalband?
“Die hebben daar totaal geen problemen mee. Mijn eigen ouders staan er volledig achter en proberen me in alles te steunen. We wonen allemaal nog thuis. Want het heeft niet veel zin om een huis of appartement te huren, terwijl je nooit thuis bent. Ik probeer momenteel wel geld opzij te zetten om op mezelf te gaan wonen, maar sparen is lastig als je weinig verdient. We kunnen onze rekeningen betalen en dan houdt het ook wel op. Maar dat is prima. Zolang we maar genoeg benzine in de tank hebben en ik een paar setjes snaren bij me heb, ben ik dik tevreden.”
Gerco Zwiers
Website Job For A Cowboy
Recensie 'Genesis'
Muziek van 'Genesis' op:
Myspace.com/jobforacowboy