“Van goeie metal moet het kippenvel je spontaan op de armen springen als je ernaar luistert”, aldus Henrik Jacobsen, Hatesphere-gitarist en tevens drijvende kracht achter de Deense death metalband Koldborn. En geef de beste man eens ongelijk. Gelukkig voldoet Koldborns gloednieuwe langspeler ‘The Uncanny Valley’ ruimschoots aan dat criterium. Beenharde slachtpartijen en superaanstekelijke übergrooves volgen elkaar in hoog tempo op en maken van ‘The Uncanny Valley’ een bovengemiddeld onderhoudende death metalbelevenis.
Henrik heeft er net een twee weken durende tour met Hatesphere opzitten wanneer ik de gitarist op een doordeweekse avond aan de telefoon krijg.
“Ik ben net weer een paar dagen thuis. We hebben twee weken met Gojira door Engeland getourd. Aanvankelijk zou ook de Zweedse band Nme meegaan, maar die haakten kort voor aanvang van de tour af. We hebben ons echter prima vermaakt met Gojira. Het zijn ontzettend aardige gasten en ik vind het echt een hele goede, veelbelovende band.”
Als ik me niet vergis zijn jullie met Hatesphere het grootste deel van het jaar op pad. Dat je nog tijd overhoudt voor Koldborn.
“Dat is inderdaad niet altijd even makkelijk te combineren, maar nog moeilijker vind ik het om er naast beide bands een leven op na te houden. Mijn hele leven draait om muziek. Daarnaast heb ik ook nog eens een fulltimebaan, dus je kunt nagaan hoe schaars m’n vrije tijd is. Mijn vriendin haat me. Maar wat het combineren van beide bands betreft: eigenlijk levert dat nooit problemen op. Door de drukke tourschema’s van Hatesphere blijft er weliswaar weinig tijd over voor tourplannen met Kolborn. Maar dat is prima. Koldborn is namelijk veel meer een band voor in de oefenruimte. We treden amper op en hebben nog maar één keer buiten Denemarken gespeeld. Niet omdat we pertinent niet willen touren, maar we zijn daar zeer selectief in. Mochten we een aantrekkelijk touraanbod krijgen, is ’t een ander verhaal. Maar anders hoeft het voor ons niet zo nodig.”

“In tegenstelling tot Hatesphere. In de begindagen grepen we alles aan wat we konden krijgen en hebben zodoende vaak zat voor een handvol mensen staan optreden. Met Hatesphere proberen we zo ver mogelijk te komen en we doen er alles aan om dat te bereiken. Dus zit er niks anders op dan spelen tot je erbij neervalt. Met Koldborn ligt dat anders. Koldborn hebben we puur en alleen opgericht om muziek te maken die we zelf tof vinden. Niet met de intentie iets te bereiken.”
Het feit dat jullie werken met een gerenommeerd label als Listenable Records doet anders vermoeden.
“We hebben zelfs aanbiedingen gehad van Roadrunner en Nuclear Blast. Maar omdat we niet of nauwelijks optreden, laat staan touren, ketsten die deals al snel af. Dat dit voor Listenable geen probleem was, was een reden om met hen in zee te gaan. Maar ook omdat ik het gewoon een cool label vind. Ze brengen niet aan de lopende band platen uit, zoals bijvoorbeeld Nuclear Blast doet. Als je aan Listenable denkt, denk je meteen aan bands als Scarve, Aborted, Lyzanxia, allemaal bands met een eigen identiteit.”
Evenals Koldborns eerdere releases is ook ‘The Uncanny Valley’ geproduceerd door Jacob Bredahl. De als producer bijklussende zanger van, inderdaad, Hatesphere.
“Werken met Jacob heeft eigenlijk alleen maar voordelen. We zijn al jaren goede vrienden, dus is de sfeer in de studio altijd goed. Ook is hij niet duur en wonen we vlakbij zijn studio. En hij is ook nog eens een prima producer. Afgezien van onze eerste demo heeft hij tot nu toe al onze releases geproduceerd. Dus ons debuut ‘First Enslavement’, onze bijdrage aan ‘Checkpoint # 4’ (een compilatie van Diehard Music uit 2003, red.) en de EP ‘The Devil Of All Deals’. Er was dus geen enkele reden om deze prettige samenwerking te beëindigen. Integendeel, ik zou er niks voor voelen om met een volslagen vreemde de studio in te gaan.”
Trigger happy Roadrunnerbandjes.
“Wat mij betreft heeft Jacob wederom vakwerk afgeleverd. Als ik naar de plaat luister, kan ik de bezieling waarmee de plaat gemaakt is bijna proeven. Iets dat ik mis bij die huidige generatie ‘Roadrunnerbandjes’. Niet dat het slechte bands zijn, want volgens mij lopen er in de metalscene vandaag de dag betere muzikanten rond dan ooit. Maar al die bands hebben zo’n superclean en compleet getriggerd ‘Pro Tools-geluid’. Ik heb daar zo’n hekel aan. Het klinkt allemaal zó klinisch en steriel dat je je bijna gaat afvragen of de muziek gemaakt is door een band of door een computer.”

“Het mooie aan metal is nou juist de agressie en dat het finaal in your face is. Van goeie metal moet het kippenvel je spontaan op de armen springen als je ernaar luistert. Kijk, wij werken in de studio ook met Pro Tools, omdat het je in staat stelt veel sneller te werken. Maar we gebruiken het nooit om foutjes en oneffenheden te maskeren. Wij zitten liever wat langer in de oefenruimte om de nummers beter onder de knie te krijgen, dan dat we lange tijd in de studio moeten zitten om aan de songs te schaven. Sowieso zijn we zeer veeleisend wat het schrijven van nummers aangaat. Voorafgaand aan de opnames van ‘The Uncanny Valley’ hadden we zo’n twintig nieuwe nummers geschreven, waarvan er uiteindelijk elf het album gehaald hebben. En dan heb ik alle muziek die de prullenbak ingegaan is, niet meegeteld.”
Is het geluid van Koldborn door de jaren heen veel veranderd?
“Op zich wel. We werken al vanaf het begin met veel grooves in onze nummers, maar op ons debuut klonken we nog teveel als een standaard Scandinavisch klinkende old school death metalband. Dat hebben we op de nieuwe plaat ingeruild voor een meer eigentijdse en frissere sound. Omdat ik zelf het merendeel van de muziek schrijf, vind ik het lastig om Koldborns muziek te labelen, maar ik lees nogal eens in recensies dat Koldborn een band is die niet makkelijk te vergelijken is met andere bands. En daar wil ik het graag mee eens zijn.”
Gerco Zwiers
Website Koldborn
Recensie 'The Uncanny Valley'